Home > Een duik in de geschiedenis > Maas Grensgebied > Versterkte kerken
De middeleeuwen waren onzekere tijden. Als grensgebied was de Maas genoodzaakt versterkte kerken te bouwen, met robuuste klokkentorens, ook wel ‘hourds' genoemd, die in geval van nood bescherming boden aan zowel de verdedigers als de bevolking. Een aantal van deze kerken heeft de aanvallen zoals de slijting door de tijd geweldig doorstaan. Zij getuigen van een uitzonderlijke bouwkunst van kantelen en gaanderijen die het heilig karakter van het bouwwerk intact hield. De kerk Saint-Rémy van Saint-Pierrevillers (12e - 16e eeuw) is hier een opmerkelijk voorbeeld van. Onder het dakconstructie van deze kerk is een permanente tentoonstelling gewijd aan de versterkte kerken van de Maas.
De kerken zijn niet dagelijks geopend. Meer informatie over de openingsuren is te verkrijgen bij het plaatselijke gemeentehuis.
Foucaucourt-sur-Thabas
Foucaucourt-sur-Thabas ligt tussen de bossen van Lisle en de Argonne. Het dorp kenmerkt zich door een verspreid gelegen bewoning, wat niet gebruikelijk is in de regio.
In het centrum van het dorp staat de gotische kerk Saint-Jean-Baptiste die dateert uit eind 15e eeuw (koor en schip) en begin 16e eeuw (portaal). De kerk liep schade op tijdens de Eerste Wereldoorlog, en raakte zwaar beschadigd tijdens de Tweede Wereldoorlog, waarin ook het dorp gedeeltelijk van de kaart werd geveegd.
Zoals de dichtbijgelegen kerken van Triaucourt en Evres, zijn ook in deze kerk verdedigingselementen terug te vinden op de benedenverdieping (eind 15e eeuw, eerste helft 17e eeuw). Deze kerk onderscheidt zich door de vijf kanongaten die zich op een meter van de grond bevinden. Bovendien zijn er twee redan kanongaten. Een uniek onderdeel in de versterkte kerken van de Maas, bedoeld om de kogels af te laten ketsen. In de traptoren bevinden zich vijf rechthoekige schietgaten met een dubbele dagkant met binnenwaartse verwijding.

Dugny-sur-Meuse
De kerk La Nativité de la Sainte-Vierge is de oudste verstevigde kerk van de Maas en werd in de tweede helft van de 11e eeuw gebouwd in het centrum van het oude dorp, vlakbij de beek van Landrecourt.
De kerk werd meerdere malen door brand beschadigd. Het gebouw werd gered van vernieling doordat het in 1908 op de historische monumentenlijst kwam te staan en na de Eerste Wereldoorlog de eerste restauraties werden uitgevoerd.
Het gebouw bestaat uit een schip van vijf traveeën met een aangebouwde toren aan de voorkant, zijbeuken, een koorruimte tussen koorhek en hoofdaltaar, een apsis en apsiskapellen. Vierkante pilaren ondersteunen de romaanse bogen.
De kerk van Dugny-sur-Meuse beschikt over een dubbel verdedigingssysteem, zowel actief als passief. De vestingbouw dateert uit de 15e en 16e eeuw. Het belangrijkste onderdeel van de actieve verdediging is de ‘hourd' (uitspringende torenomloop, 17e eeuw) die bovenop de toren is aangelegd en de schietramen op de verdieping daaronder. Het passieve verdedigingsstelsel bestaat uit de verhoging van de daken van het schip en het koor en een versterkte kamer op de tweede verdieping van de toren. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd de kerk gebruikt als plattelandshospitaal. Tronville-en-Barrois
In de vallei van de Ornain staat de kerk Immaculée Conception, grotendeels opgetrokken uit natuursteen, en uitgerust met ramen met luiken en een erker.
Het koor en de klokkentoren, geplaatst in de kruising van de kerk, dateren uit eind 12e eeuw of begin 13e eeuw. Het schip, gebouwd in een flamboyant gotische stijl, is vanaf de eerste helft van de 15e eeuw versterkt. Alleen de verhoging van het schip door middel van grove bloksteen is zichtbaar. Het koor is verhoogd met houwsteen. De daken werden verdedigd door veertien ramen met luiken.
Aan de buitenkant is een erker te zien boven de ingang van de kerk, en in de zuidelijke muur bevindt zich een grote opening bij het dak van het schip. Waarschijnlijk diende deze uitrusting ter verdediging van de vroegere deur (nu dichtgemetseld) die toegang bood tot het dak van het schip, en tevens voor het vergemakkelijken van vervoer van zware vrachten naar de schuilkamer onder het dak.
De kerk van Tronville heeft nog een andere bezienswaardigheid: de afwatering van de steunberen is versierd met gebeeldhouwde kanonskogels die de verdedigingsfunctie van het gebouw bevestigen.
Ribeaucourt
Ribeaucourt ligt in het land van de Saulx en de Perthois. Gelegen op de top van een heuvel kijkt de kerk Saint-Martin uit over het dorp en het dal van de Orge.
De kerk werd in 1180 gebouwd en tussen de 14e en het begin van de 16e eeuw meerdere malen verbouwd om haar verdedigbaar te maken. Het dak van het schip en de apsis die met een meter werden verhoogd, boden de bevolking schuilkamers met een totale oppervlakte van 170 m². Deze zijn verdwenen tijdens de restauratiewerkzaamheden van 1889, maar de drie versterkte boven elkaar gelegen kamers in de toren zijn er nog wel.
Het algemeen aangezicht van de kerk is aanzienlijk veranderd in deze periode door de plaatsing van een nieuw dak en de toevoeging van een sacristie. De kerk bestaat uit een stevig schip, een koorruimte tussen koorhek en hoofdaltaar, een gewelfde apsis, een klokkentoren met machicoulis en een traptoren die aan de top voorzien is van kantelen. De restaurateur heeft zijn fantasie vrij spel gegeven in het bovenste gedeelte van de toren en bij de dakbedekking (neogotische stijl).
Sepvigny
In de Maasvallei ligt de kerk Saint-Epvre aan de rand van het dorp. Het is een gotisch bouwwerk dat dateert uit de 13e en 14e eeuw, bestaande uit een enkel schip van vijf traveeën.
Het onderste gedeelte van de toren, boven de rechtertravee en vóór het koor, is romaans. Massieve steunberen verdubbelen aan de buitenkant de breedte van het gebouw, met muren van bijna een meter dik.
Het koor van twee traveeën lang heeft dezelfde breedte als het schip en geeft de kerk daardoor aan de binnenkant een veelhoekige vorm en een rechthoekige aan de buitenkant (zeer zeldzaam). De hoofdingang werd in 1689 weer geopend en in de 18e eeuw werden vensteropeningen aangebracht. In de kerk zijn nog steeds meerdere lancetramen aanwezig, voorzien van spijlen, met daarboven een schietraam. Voor de aanleg van schuilkamers zijn de daken van de kerk verhoogd met ongeveer 1.80 m.
In de drie wanden van het koor zijn rechthoekige schietramen aangebracht die naar binnen toe wijd uitlopen. Bijna al deze ramen hebben nog de kraagsteen waaraan de luiken werden bevestigd. Het dak van het schip werd verdedigd door zeven rechthoekige langgerekte schietramen. In de traptoren zijn drie schietgaten aanwezig die naar binnen toe wijd uitlopen.
Troussey
De kerk Saint-Laurent staat in het centrum van het dorp in de Maasvallei, aan de rand van het Marne-Rijnkanaal. Het geraamte van het gebouw, de muren van het schip en het koor dateren waarschijnlijk uit de 12e eeuw. Aan de verschillende fases van de bouw is precies te zien onder welke omstandigheden ze werden gebouwd; tijdens periodes van vrede of oorlog. De zuidelijke zijbeuk werd in de 14e eeuw aangelegd, ten tijde van relatieve rust.
De werkzaamheden die nodig waren om de kerk te versterken, lijken aan het eind van de 14e eeuw en begin 15e eeuw te zijn aangevangen. Allereerst werden de daken van het schip en het koor verhoogd met bruikbare oude stenen, en de muren boven het koor voorzien van ramen . De hoogste ramen, die vanaf het dak van het zuidelijke zijschip toegankelijk zijn, worden beschermd door stevige tralies. Als laatste werd in 1585 het dak van de zuidelijke zijbeuk verhoogd met twee verdiepingen (3.70 m) en voorzien van zeven schietgaten. In deze periode woedden veel godsdienstoorlogen en liepen plunderende protestantse troepen rond. De noordelijk gelegen zijbeuk werd halverwege de 16e eeuw gebouwd, een vreedzame tijd. Tijdens de Dertigjarige Oorlog werden opnieuw overhaaste aanpassingen gedaan, zonder dat daar geld voor was. Het noordelijke zijschip werd verhoogd en er werden twee verdedigingskamers aangelegd. De zuidelijke zijbeuk kreeg een extra verdieping en de muren werden voorzien van schietramen, met daarboven kraagstenen voor de luiken.
Net zoals in Saint-Pierrevillers, zijn in de kerk van Troussey onder de dakconstructie sporen terug te vinden van inwoners die er vertoefd hebben, zoals het rookkanaal en de nis van een schoorsteen, een waterafvoersysteem en de overblijfselen van een put. Aan de deur in het zuidelijke dak is te zien dat er ooit een vergrendelingssysteem heeft gezeten.
Aan de buitenkant is de toren, die eind 17e eeuw (1683) werd gebouwd, aan de bovenkant versierd met decoratieve stenen kogels ter herinnering aan het defensieve karakter van de kerk.
Vertuzey
Gelegen in de Maasvallei, is de kerk Saint-Gorgon een van de zeldzame voorbeelden van een in een religieus bouwwerk verwerkt verdedigingswerk (donjon). Met deze originele aanpak realiseerden de bewoners een besparing in bouwkosten.
De hoge en massieve vierkante toren uit de 12e of 14e eeuw neemt bijna de helft van de totaaloppervlakte van het gebouw in beslag. De muren zijn aan de onderkant 1.70 m breed en bovenaan 1.40 m. In de 16e eeuw werden hier een schip en een koor tegenaan gebouwd. Sporen van pleisterkalk en gaten van dwarsbalken op de oostelijke muur van de toren wijzen op een verhoging van het dak van het schip voor de aanleg van een schuilkamer. De grote opening aan de westzijde van de toren diende als toegang tot de versterkte kamers die zich in de toren bevonden, tot het moment dat de noordelijke traptoren werd aangelegd in de 18e eeuw. Onder het dak zijn de gaten van de inbouw nog zichtbaar. Hier hebben waarschijnlijk de balken van het balkon gezeten, die zowel dienden als drager voor een losse trap als loggia ter verdediging van de hoofdingang. Elke torenmuur is voorzien van twee schietramen. De onderste verdiepingen hebben schietgaten die naar binnen toe wijd uitlopen en aan de onderkant verbreed zijn. Meerdere van deze gaten hebben een venstersteunbalk die bedoeld was om wapens met een loop aan een haak te steken, tegen de terugstoot. Deze wapens werden ook wel haak-bus genoemd.
Woël
In het Regionaal Natuurpark van Lotharingen ligt Woël, tussen het dorp Hattonchâtel (oude kapittelkerk en kasteel) en de meren van Lachaussée. Op de Woëvre-vlakte ligt, te midden van het dorp, de kerk Saint-Gorgon aan de oever van de beek Seigneulle.
De kerk is in meerdere verschillende fases gebouwd. De grote westelijke torenpoort met daarop een ‘hourd' (uitspringende torenomloop) dateert uit de 12e eeuw. Het korte schip van drie traveeën lang is in de daaropvolgende eeuw gebouwd. De hiernaast geplaatste zijbeuken en het geheel van gewelven stammen uit de 16e eeuw. Het koor, ook uit de 16e eeuw en herbouwd in 1714, bestaat uit een travee en de bijbehorende abside is hoekig.
De kerk van Woël is in basiliekvorm gebouwd, zonder dwarsschip, wat gebruikelijk is in Lotharingen. Vlak na de Eerste Wereldoorlog werd de kerk gerestaureerd. Het dak lijkt niet te zijn verhoogd. De toren is vier verdiepingen hoog en heeft muren van 1.15 m breed (aan de onderkant). De 'hourd' met grote overhangende randen lijkt niet te zijn aangepakt tijdens de restauratie van na 1918. De verdedigingsgaten zijn verdeeld over de zijmuren aangebracht: een schietgat op de begane grond (noordkant), een schietraam voorzien van spijlen op de eerste etage, twee paarsgewijs geplaatste schietgaten op de tweede etage en een rechthoekige opening op de derde etage.
Gironville-sous-les-Côtes
Ook Gironville ligt in het Regionaal Natuurpark van Lotharingen, vlakbij de Abdij van Rangeval en de steden Commercy en Saint-Mihiel. Naast de versterkte kerk is in het dorp een militair fort uit de 19e eeuw te vinden. De kerk Saint-Léger ligt aan de rand van een heuvel en kijkt uit over het dorp en de Woëvre-vlakte.
De toren dateert gedeeltelijk uit de 12e eeuw (eind van het romaanse tijdperk). Het koor en de zijbeuken, uit het begin van de 16e eeuw, zijn gebouwd in een flamboyant gotische stijl. Deze kleine kerk bestaat uit een schip van vier traveeën, een vijfhoekig koor en een aangebouwde toren aan de voorkant. Binnen staan doopvonten uit 1602.
Uit de archieven van de Maas blijkt dat Karel III, Hertog van Lotharingen, in 1588 toestemming gaf aan de bewoners om een versterkte omheining rondom de kerk aan te leggen, die werd aangeduid als ‘vestingkerk' (een veelgebruikte term in de Elzas). Karel III, Hertog van Lotharingen, richtte zich per brief tot de inwoners van Gironville. Hij gaf schriftelijk toestemming tot de bouw van een fort rondom de kerk, van vier muren dik, met daarin vier torens, een slotgracht en een ophaalbrug. Overblijfselen van deze verdedigingswerken zijn nu archeologische ruïnes. De daken van het schip en het koor zijn verhoogd. In de muren zijn twaalf vensters terug te vinden, waarvan een is dichtgemetseld. De klokkentoren was een goede uitkijkpost over de Woëvre-vlakte. Op de tweede etage bevindt zich een brede opening met een romaanse boog die waarschijnlijk gediend heeft om grote ladingen naar boven te brengen.
Bovenop de bovenste verdieping van de toren die diende als versterkte kamer is een ‘hourd' geplaatst die recentelijk nog is verbouwd. In de traptoren zitten veel schietgaten en -ramen waaronder twee halfronde vensteropeningen, bedoeld voor vuurwapens. De versterkte kerk van Gironville onderscheidt zich ook door een versterkt portaal in de noordelijke zijbeuk. Hier is een vergrendelingssysteem aangebracht van dwarsbalken die werden opgestapeld tot aan de latei.
Comité Départemental du Tourisme de la Meuse - officiële website
33 Rue des Grangettes - F-55000 BAR LE DUC - Tel: +33 3 29 45 78 40 - Fax: +33 3 29 45 78 45
Copyright 2011 CDT Meuse - Wettelijke vermeldingen - Legenda
www.meuse.fr