De gegroepeerde woonvorm overheerst. Deze zogenaamde lintbebouwing is de erfenis van voormalige collectieve gemeenschappen. De huizen zijn meestal tegen elkaar aangebouwd en vormen een zogenaamd hoopdorp of een lintdorp. De eerste vorm, zoals zijn naam al aangeeft, heeft geen regelmatige opbouw, maar groepeert een verstrengeling van kleine straatjes. De tweede is het meest typisch voor Lotharingen. Aan elke kant van de enige straat hebben twee rijen van geschakelde huizen zich ontwikkeld. De weg lijkt breed omdat een grote vrije ruimte, tegenwoordig dikwijls versierd met bloembakken, zich uitstrekt tussen de weg en de huizenrij. Deze ruimte heet het ‘usoir'. Op de open ruimte stapelde men hout en mest of men parkeerde er de ploeg, en meer recent de tractor.
Enkele mooie voorbeelden van lintdorpen zijn Hannonville-sous-les-Côtes, Combres-sous-les-Côtes, Taillancourt, Troyon en Troussey.
Bij de huizen is vooral de grote, voor karren geschikte, poort van de schuur opvallend. Deze poort is veel belangrijker dan de ingangsdeur. Deze boerderijen strekken zich in de diepte uit tot aan de tuin of de paardenstallen en de veestal bevindt zich op het einde van schuur. Aaneensluitend de woonvertrekken hebben we de keuken, vaak zonder raam, dat zich traditioneel tussen de twee kamers bevindt. De ene kamer geeft uit op de straat en de andere op de tuin. Zo konden de kamers beter worden verwarmd. Om licht in de keuken te hebben plaatste men in het dak een ‘flamande': een lichtkoker.
Een indrukwekkend gebint ondersteunt het dak dat veel groter is dan het lijkt.
De ecomusea van Jouy-sous-les-Côtes en Hannonville-sous-les-Côtes tonen de binnen- en buitenkant van een typisch Lotharings huis.
Deze bouwtechniek, die in de Maas vanaf het einde van de 14e eeuw werd toegepast, is breed verspreid in dichtbeboste streken. In het westen van het departement zijn heel mooie gebouwen met vakwerk bewaard gebleven.
De Maas heeft twee types architectuur met vakwerk.
Het eerste type bevindt zich in de omgeving van Revigny-sur-Ornain. Deze huizen hebben een begane grond van natuursteen afkomstig uit de groeven van Brillon of Savonnières. Deze ondersteunt een of twee vooruitstekende etages met vakwerk dat leunt op een aanzetstuk van dwarsbalken of een muurplaat. Het deel onder de daklijst is dikwijls bewerkt als andreaskruis. De puntgevel wordt tegen wind en regen beschermd door een houten gevelbekleding van aaneengesloten planken of balken met voegkalk. In vier gemeenten zijn heel mooie huizen te zien. Bar-le-Duc, huis uit de 15e eeuw: Place Saint-Pierre 25. Mognéville, huis uit de 16e en 17e eeuw: Rue Robert Rouy 15, in de hoofdstraat. Contrisson, huis uit de 16e en 18e eeuw, dicht bij de kerk gelegen: Rue Simon 9. Ancerville, huis waarvan de oorsprong teruggaat tot hoogstwaarschijnlijk de 14e eeuw: Rue du Château 32.
Het tweede type bevindt zich in de omgeving van Beaulieu-en-Argonne. Dit type huis ligt volledig in de lengte van de weg. Het is een smalle woning met aan de onderkant bakstenen of ‘gaize', een poreuze lokale steensoort. De rest van het gebouw is opgetrokken uit hout. De brede voorgevel bestaat uit twee brede vakken en is bedekt met holle traditionele dakpannen. Het grote afdak beschermt de houten gevel van planken of balken met voegkalk. De puntgevel wordt eveneens beschermd door een gevelbekleding van aaneengesloten planken. Twee typische boerderijen van de Argonne, de mooiste voorbeelden van dit architectuurtype, bevinden zich in Brizeaux. Ze dateren uit de 19e eeuw en vertegenwoordigen een bijzondere bouwkunst. De ene vindt u op de Grande Rue 18 en de andere op de Rue de Verdun 2.