Een andere toeristische trekpleister van de Maas, en al even zorgvuldig onderhouden. Deze schilderachtige en interessante bouwwerkjes zijn te vinden langs kleine wegen. Ze worden nog dagelijks gebruikt en maken integraal deel uit van het Maaslandschap. Deze monumentale wasplaatsen, fonteinen en bruggen geven het boerenland wat extra cachet. Gemaakt door lokale ambachtslieden, voeren ze ons terug naar een niet zo ver verleden. Absoluut de moeite waard om een omweg te maken! De wasplaatsen zijn gemaakt van natuursteen, hout en staal uit de beginnende staalindustrie van Lotharingen. Wat deze plaatsen extra bijzonder maakt, is het verschil in watertoevoertechniek (stromend water of bronwater) , de Latijnse inscripties en de diverse voorzieningen die voor de wasvrouwen zijn aangebracht. Uitingen van leven en fantasie. Dit komt ook terug in het grote aantal fonteinen dat in het departement te vinden is. In Richier is Neptunus te bewonderen, in Lacroix-sur-Meuse kariatiden, een Egyptische god in Mauvages en een rund op ware grootte in Villotte-devant-Louppy. Zij zijn ware creatieve, originele trekpleisters voor de dorpen van de Maas. Ook zeer de moeite waard zijn de stenen bruggen in het dal van de Saulx, in het bijzonder in Bazincourt, Haironville (twaalf bogen beschermd door een kruis) en in Rupt-aux-Nonains (acht bogen met in het midden een kruis ter bescherming).
De 18e en 19e eeuw zijn geteisterd door meerdere epidemieën die vaak veroorzaakt werden door water van slechte kwaliteit. Bij gebrek aan een waterput voldeed een drinkbak op het ‘usoir' (een brede vrije ruimte tussen de straat en de woningen) soms als doeleinde; men gebruikte het als drinkwater, voor de was, maar ook voor de dieren. Hierdoor werden ziekten snel verspreid. Na 1789, toen de gemeenten werden ingedeeld, besloot de Franse staat tot het opstellen van wettelijke regelgeving omtrent openbare hygiëne. De volksvertegenwoordigers besloten dat "de gemeenten verplicht zijn de hygiënische vereisten aan de inwoners te garanderen en zij worden belast met het concretiseren van de nodige uitrustingen". Het gaat hier over een belangrijk politiek gebaar dat bewijst dat de Staat alle inwoners gelijk behandelt, zelfs in de dîepste landelijke gebieden. In de loop van de 19e eeuw werden er complementaire wettelijke teksten opgesteld.
Met de jaren zorgden de burgemeesters voor de aanleg van de benodigde voorzieningen voor het welzijn van de inwoners van hun dorp. Op deze manier vervulden zij hun rol van politicus: zich nuttig maken en tegelijkertijd het nationaal erfgoed verrijken en ontwikkelen.
De wasplaats, een onderdeel van de stadstructuur
Naast dat een wasplaats nuttig is, getuigt het ook van nationale politiek, waarin gemeenten een lokale schakel zijn. Dankzij de politiek genieten de burgers van wetenschappelijke vooruitgang (hygiëne), techniek (bronwater, bouwkunst) en comfort.
In de dorpen van de Maas probeert men de wasplaats zoveel mogelijk een centrale ligging te geven. De wasplaats, vaak rijkelijk versierd, wordt een belangrijke schakel in de stadstructuur. In de grotere gemeenten gebruikt men bronwater voor de fonteinen. Ze zijn een herkenningspunt in iedere wijk, worden gezien als wasplaats op zich, maar hebben ook een symbolische waarde.
De wasplaats, een vrouwendomein
De wasvrouwen praten, in afwezigheid van de mannen, op hun gemak en vrijuit. Er wordt van alles besproken, van heel algemene onderwerpen tot de meest intieme geheimen.
Maar praten is niet altijd nodig. Een vies laken of een gescheurd kledingstuk getuigt van de harde realiteit van het leven. De wasplaats is het publieke podium waar deze getuigenissen ten overstaan van iedereen aan het licht komen. Rivaliteit en jaloezie vermengen zich met commentaar op de was: een te rijkelijk versierde stof, een versleten en versteld stuk textiel of de verschillende soorten vlekken op een kledingstuk vertellen allemaal hun eigen verhaal aan degene die het kan ontcijferen.
En wie anders dan een andere wasvrouw zou dit beter kunnen? Geen leugen of uitvlucht is mogelijk. Roddels zijn niet van de lucht, ruzies laaien op, op gang gebracht door eigen interpretaties en verzinsels. Het gekwebbel van de wasvrouwen is van een spreekwoordelijke banaliteit. Vaak eindigen ruzies in een gevecht waarin wasstampers ineens heel andere functies krijgen! Maar bovenal is de wasplaats geen plaats om te benijden: urenlang staan vrouwen geknield in het water, de was in te zepen, te borstelen en schoon te slaan.
Voor de was is veel kracht nodig en het levert kramp, spierpijn, bulten en kloven op.
Naast dat het een sociale plek is, werden fonteinen vooral aangelegd om het dagelijks leven van de bewoners te vergemakkelijken door het water tot in het centrum van de dorpen te brengen.
Daarnaast hadden ze ook nog een andere functie, namelijk het verfraaien van het dorp. Deze verscheidenheid aan gebruiksmomenten heeft ertoe geleid dat een diversiteit aan fonteinen is ontstaan, met evenzoveel verschillende soorten architectuur. Losstaande fonteinen staan middenin een cirkelvormig of veelhoekig bassin waar omheen gelopen kan worden. Dit soort fonteinen heeft veel ruimte nodig. De bouw van dergelijke fonteinen werd vaak gecombineerd met stadsontwikkeling en aanleg van pleinen in dorpen vanaf het eind van de 18e eeuw (bijvoorbeeld in Void, Boviolles en Montmédy).
Bij fonteinen die ergens tegenaan zijn gebouwd, is de waterleiding altijd verwerkt in een muur of in een bouwwerk, met name een wasplaats.
De meeste van deze fonteinen zijn alleen versierd bij de stenen nis of waterpomp. De versiering is geïnspireerd op archeologische ontdekkingen en vooral op huistempels uit Pompeii en sommige romaanse grafmonumenten.
Een enkel fronton aan de voorkant siert de nisfonteinen zoals die van Brixey-aux-Chanoines, gebouwd door MERDIER in 1847 of de wasplaats van Laneuville-au-Rupt, gemaakt door LEROUGE in 1817.